Roofblei vissen op de grensmaas

Korte maar krachtige najaar sessies

  • roofblei stekken

Het is begin oktober en de herfst doet zijn intreden, de dagen worden korter en de nachten kouder, de roofbleien voelen dat de winter niet ver weg is en beginnen massaal te vreten om vetreserves op te slaan voor de koude periode door te komen. De roofblei is heel passief in de winter en voed zich amper, dit merk ik doordat de eerste roofbleien die ik in het voorjaar vang graadmager zijn, ze zitten dan volledig door hun vetreserves heen.

Als de rivier op zijn zomerpeil staat kunnen de roofbleien op bepaalde stukken verspreid liggen, de aasvis komt door de geringe stroming niet in de problemen bij stroomversnellingen dus de roofblei kan ze hier niet opwachten en de visjes die het noorden kwijt zijn oprapen. De aasvis zwemt in kleine scholen rond op de rivier, de roofblei is naar ze op zoek en verspreid zich. Door de toenemende neerslag in de herfst stijgt de rivier en neemt de stroming toe, de roofblei zwemt niet constant tegen deze stroming in maar zoekt plaatsen op waar hij zo weinig mogelijk inspanning moet leveren, zoals achter grote stenen en onder stroomversnellingen waar de bodem een verval maakt en ze tegen deze kleine taluds kunnen liggen. Ze komen in deze periode samen aan de stroomversnellingen en beginnen zich vet te vreten voor de winter, veel rovers met een grote appetijt bij elkaar creëert voedselnijd en de voorzichtigheid waar ze normaal mee te werk gaan valt weg en zo zijn ze relatief makkelijk te vangen. Ze liggen in groep in de stroomversnellingen en de grootste en dominantste vissen nemen vooraan de beste plaatsen in, tijdens de hevige vreetbuien zwemmen de allergrootste exemplaren enkele meters stroomopwaarts van de stroomversnellingen om ervoor te zorgen dat zij als eerste in de pikorde staan.

Het is op voorhand niet exact te voorspellen waar en wanneer  deze feeding frenzies zich gaan voordoen maar door elke dag aan de rivier te zijn wordt er een soort instinkt opgebouwd dat aangeeft op welke stek en bij welke waterstand de roofbleien los kunnen gaan. Het waterpeil heeft een heel grillig verloop, door de toenemende neerslag zal de rivier tot 2 maal per dag één meter of meer stijgen en zakken, en de vreetbuien duren dan ook meestal maar enkele uren. Deze overgangsperiode van laag water in de zomer naar hoog water in het najaar is kort en de kans is groot dat op 1 a 2 weken tijd de stekken waar de roofbleien zitten niet meer te bevissen zijn door de hoge waterstand.

 

Begin oktober was ik nog volop op barbeel aan het vissen wanneer plots het waterpeil steeg en de barbeelvisserij heel moeilijk werd door toenemende stroming, ik besloot om terug op roofblei te vissen en had al een stek in gedachten waar er hoogstwaarschijnlijk veel hongerige bleien gingen zijn. Bij het aankomen op de stek zag ik een aantal jagende roofbleien met geweld het wateroppervlak doorbreken, het zag erna uit dat dit een veelbelovende sessie zou worden. Ik werp een zilveren rapala flat rap plug ver stroomopwaarts van de jagende roofbleien, draai de lijn strak en laat het plugje in een grote boog met de stroming mee over de roofbleien driften en krijg onmiddellijk een kleine tik op de hengeltop. Dit herhaal ik nog eens en op dezelfde plaats krijg ik weer een beet, sla aan en deze keer hangt hij wel, de vis neemt een aantal korte runs maar ik krijg hem al snel aan de kant, het is een kleinere maar puntgave roofblei. Ik werp nog een aantal keer stroomopwaarts en laat het plugje met de stroming mee over dezelfde plaats driften en 3 worpen later krijg ik weer een beet, het is een roofblei van het zelfde formaat als de voorgaande.

  • roofblei vissen

Ik ga verder met vissen op dezelfde mannier maar krijg gedurende een aantal minuten geen beet meer. Onder invloed van de gedachte dat de vissen het door hadden dat het plugje meermaals in eenzelfde bocht over hun heen gevist werd, besluit ik om van aanbieding te veranderen. Er stond een lichte wind van rechts naar links en toch wel een stevige stroming van links naar rechts, de bedoeling was om deze omstandigheden te gebruiken om het plugje zolang mogelijk in een rechte lijn over de vissen te laten drijven. Ik werp dezelfde plug als voorheen stroomopwaarts van de vissen, de lichte wind blaast tijdens het inwerpen een hele grote boog van wel twintig meter in de lijn . Deze bocht in de lijn draai ik niet strak, de hengeltop houd ik goed omhoog. De wind laat de lijn perfect boven het water zweven tussen hengeltop en plug. De drijvende plug ligt nu op het oppervlak, wordt door de boog lichtjes afgeremd en gaat in een rechte lijn iets trager dan de stroming over de vissen heen. Een tiental seconden drift het plugje zo als er plots een vis met grof geweld uit het water knalt, ongeveer waar de lijn het water raakt. Ik had geen enkel tikje gevoeld door de bocht in de lijn maar was er in een fractie van een seconde van overtuigd dat die knal wel op mijn plug moest zijn. Ik draai de lijn zo snel mogelijk strak, sla aan en voel een zware vis al kopstotend aan de andere kant van de lijn. Hij draait zich plots om en meemt een lange run stroomafwaarts. Even later krijg ik de vis tot stilstand maar het is moeilijk om hem tegen de stroming in te trekken dus loop ik al draaiend een 50 m stroomafwaarts. Ik ga alvast in het water staan om hem te landen. Ik land roofblei altijd met de hand nooit met een net. De vis kan vanaf de eerste keer dat hij aan de kant komt geschept worden, maar dat is veel te vroeg, hij zit nu nog vol energie en zou tekeer gaan in het net. Een roofblei heeft puntige vinnen die heel gemakkelijk in het net blijven hangen en inscheuren als hij al spartelend in het net zit. Roofblei leeft in heel sterke stroming; met ingescheurde vinnen heeft hij het dan ook een stuk lastiger. Hij zal nooit zo fit zijn als andere vissen met intacte vinnen. Vanuit de gedachte dat ik de vissen die ik nu vang, achter een aantal jaren nog eens wil vangen, in topconditie en een aantal kilo zwaarder, behandel ik ze met zoveel mogelijk respect.  Ik sta in het water en leid de vis naar het langzaam stromend gedeelte van de rivier, ik houd de hengeltop in de lucht en trek de roofblei langzaam dichter bij. Als hij stil voor mij in het water ligt neem ik de staartwortel vast, hij schrikt en met een slag van de staart schiet hij van me weg. Dit doen ze meestal een twee tot drietal keren en door deze extra inspanning zijn ze moe en perfect
hanteerbaar, bij de derde poging heb ik hem bij de staart beet en steek het handvat van de hengel achter de riem van mijn heuptas waar het kunstaas in zit, nu heb ik 2 handen vrij om de vis uit het water te tillen.

  • roofblei vangen
  • roofblei grensmaas

Het is een mooie roofblei van rond de 70 cm en na een aantal foto’s zwemt hij weer richting dieper water. Met de gedachte dat er voor de stroomversnelling misschien enkele dikke vissen zich in de stroming houden loop ik stroomopwaarts. Een dertigtal meter voor de stroomversnelling - de stroming is hier veel feller - kies ik een kunstaasje dat meer stroming kan verdragen, een Salmo Trill van 7 cm met een visprintje wat lijkt op een klein roofbleitje. Ik werp dwars op de stroming en laat het plugje een grote bocht maken juist voor de stroomversnelling, ik werp een aantal keren korter bij en probeer het ook zo ver als ik kan maar krijg geen beet voor de stroomversnelling. Ik wandel een tiental meter stroomafwaarts en werp ver stroomopwaarts, wanneer het plugje het water raakt draai ik de bocht uit de lijn en blijf draaien om contact met het kunstaas te houden, om het zinkende plugje wat boven de bodem te houden. Ik heb daarnet juist voor de stroomversnelling gevist maar bij deze worp is het de bedoeling echt een meter voor en juist in de stroomversnelling te vissen in de hoop dat een dikke roofblei heel kort voor deze stroomversnelling ligt. Ik heb moeite om controle over de plug te houden en dit lukt me dan ook maar amper. De plug komt snel stroomafwaarts en gaat mee in het kolkende verval van de stroomversnelling. Ik krijg ik een harde klap op de hengeltop maar kan de beet niet verzilveren. Omdat de controle bij deze worp zo lastig was hang ik er terug de Rapala flat rap plug, waar ik voorgaande vissen op ving, aan de speld en plaats me een tiental meter stroomopwaarts voor de stroomversnelling. Ik werp dwars op de stroming, draai de bocht uit de lijn en stuur het plugje exact over de plaats waar ik de beet kreeg de stroomversnelling in en BAM alweer een klap op de hengeltop en weer kon ik vis niet haken. Hier ligt een dikke roofblei maar omdat de stroming hier zo snel is krijgt hij de plug niet goed beetgenomen en mis ik de beet. Ik gooi een derde keer goed stroomopwaarts en laat de wind de lijn in een bocht omhoog houden en zo de plug afremmen zodat ze langzamer dan de stroming in een rechte lijn mee wordt gevoerd. De worp is goed en de plug ligt op het oppervlak en gaat recht op de vis af en wanneer ze juist in het turbulente water van de stroomversnelling komt knalt er een dikke roofblei uit het water,
ik draai vlug de lijn strak, de hengel krult helemaal rond en de slip schreeuwt het uit. Dit is een dikke roofblei, hij gaat met een helse vaart stroomafwaarts, ik probeer de spoelkop lichtjes met mijn vinger af te remmen en wanneer ik iets meer druk zet reageert de vis driftig met zware klappen op de hengeltop en ik besluit om hem gecontroleerd lijn te laten nemen. Letterlijk anderhalve minuut later is de vis honderd meter verder nog altijd bezig met de eerste run, ik heb hem nog niet kunnen stoppen en begin al draaiend mee stroomafwaarts te lopen. Even later heb ik wat meer controle, krijg het tempo uit de run en kan de vis uit de stroming sturen, ik probeer hem langzaam mijn richting uit te trekken maar telkens al ik iets te veel druk zet reageert hij driftig met een paar slagen van de staart en schiet weer weg. Ik ga in het water staan en trek hem zo rustig mogelijk naar me toe, een tiental meter verder zie ik een grote staart uit het water komen maar de volledige vis heb ik nog niet kunnen zien. Als ik wat meer druk zet om de roofblei tot aan mijn voeten te krijgen scheert hij vliegensvlug van links naar rechts en weer terug voor mij uit. De uitputting slaat uiteindelijk toe en ik krijg hem rustig voor mijn voeten. Ik neem hem bij de staartwortel beet, steek de hengel weg en hef de vis uit het water, wat een MONSTER… 

  • Roofblei vissen grensmaas
  • op roofblei vissen

Een Superblei van 81 cm lang en zeker 30 cm hoog met een topconditie, echt een zalige vis, met volle teugen geniet ik na en mijn geluk
kan echt niet op. De vis heeft tijdens 3 opeenvolgende worpen de plug gepakt maar de techniek was cruciaal om de beet in de volle stroming te verzilveren.

Het werd iets kouder en begon lichtjes te schemeren, ik besloot om nog een paar keer te gooien en dan naar huis te gaan en tijdens één van de laatste worpen kreeg ik weer een snoeiharde aanbeet en er volgde een pittige dril. Ik drilde deze roofblei wat sneller uit en 5 minuten later stond ik met een puntgave roofblei van 77 cm op de foto.

  • roofblei vissen op de grensmaas

Dit was de sessie waarop ik had gewacht. In totaal had ik een dikke 2 uur gevist en heb 5 roofbleien mogen vangen. Door alle inspanning die ik dit jaar in mijn roofbleivisserij heb gestoken kon ik nu aan de hand van de waterstand de juiste stek uitkiezen en door middel van een goede vistechniek de kansen optimaal benutten. 

Visgroeten uit het maasland,

Wil je me nog iets vragen in verband met dit artikel?
Zircon - This is a contributing Drupal Theme
Design by WeebPal.